Op jacht naar de tijger

Op jacht naar de tijger

India

Indiaas mysterie

In drie van de bekendste parken van India; Pench, Kanha en Bandhavgar in Madhya Pradesh beproeven we ons geluk.

Het is zes uur in de ochtend en bitter koud. Gewapend met telelenzen zitten we rillend in onze open jeep, speurend naar het imposante dier. Tegenwoordig zijn er in India nog slechts 1700 tijgers waarvan er volgens onze gids Jehay zo’n vijftig in Pench leven. „Het aantal tijgers is de laatste decennia schrikbarend gedaald door het verlies van leefomgeving en door stropers. Maar dit park is niet zo groot als andere parken dus dat maakt de kans een tijger te zien aanzienlijk.”

Het jeepje, in de volksmond ‘gipsy’ genoemd, stuitert over de hobbelige weg, waarbij het fijne zand in stofwolken de weg naar onze ogen en mond vindt. Maar dat is het laatste waar onze aandacht naartoe gaat, want Jehay wijst met zijn vinger op de grond naast de jeep. Een pootafdruk!

„Zo’n twintig minuten oud”, zegt hij terwijl ‘ie de motor afzet om te luisteren naar een alarmgeluid van de andere dieren die waarschuwen voor de tijger. Maar er is niets te horen, behalve wat zingende vogels en het geluid van makaken die zich met hun lange staarten een weg door de bomen zwiepen. Tientallen herten, het lievelingskostje van de tijger, rennen voorbij en ver weg in het topje van een boom spotten we een slangarend.

Kanha is groter dan Pench en heeft meer uitgestrekte grasvlakten, waardoor je prachtige plaatjes kunt schieten. Onderweg worden we verrast door een bezoek van jakhalzen, antilopen, pauwen, kingfishers en hoppen. We volgen urenlang een tijgerspoor, maar het elegante dier zelf laat zich niet zien. Terwijl hij er wel is, want bij terugkomst in de lodge blijkt de meerderheid van de mensen het machtige beest te hebben gezien. „Van maar twee meter afstand!” „Het was prachtig!” „Een moeder met haar jong.” Of we de foto’s willen zien? Groen van jaloezie werpen we een beleefde blik.

In Bandhavgar ontmoeten we Amit Sinkhala, kleinzoon van ‘Tiger Man’ en natuurbeschermer Kailash Sinkhala, die zich vurig inzet voor het behoud van de tijger. We met open armen ontvangen bij zijn lodge en gids Padma staat al klaar met zijn gipsy. De roodbruine stof van de weg is op de bladeren van de bomen neergedaald en een wirwar van immense spinnenwebben verbindt de talloze takken aan elkaar. Het zorgt voor een mysterieuze sfeer in het park. Vandaag is onze laatste kans om de tijger in zijn leefomgeving te zien

De volgende dag ziet Padma al snel pootafdrukken en zet hij de achtervolging in. Een blafhert slaakt een alarmkreet en we rijden in de richting van het geluid. „Kijk daar”, fluistert Padma, „op die boom zitten krabsporen.” Ook de makaken laten zich nu horen en met de motor uit rollen we richting struikgewas. Hier moet hij liggen, waarschijnlijk druk bezig een prooi te verscheuren. Tientallen minuten wachten we of hij uit de bosjes komt, maar er gebeurt niets. Zes safari’s hebben we gemaakt en nog geen tijger gezien.

Als we dan ook nog voor de lunch arriveren bij de Royal Maharadja Retreat en de eigenaar opgewonden vertelt dat we net te laat zijn omdat er een tijger in de achtertuin zat, die uitgebreid een koe aan het verorberen was, wordt het me een beetje te veel. De foto’s slaan we dit keer even over. We komen gewoon nog een keer terug voor de mystieke jungle (en tijger!) van India…