Blog

TukTuk Saint-Malo

Onderweg: dag 17-23 
Op de teller: 1570 kilometer
Waar: Saint-Jean-le-Blanc-Saint-Malo

Hij zit er al een tijdje, met een biertje, een grijze baard en een vriendelijke blik in zijn ogen. Hij aait Ki, die zich meteen tegen hem aan vlijt. Of hij van dieren houdt, vraag ik en meteen beginnen zijn ogen te glimmen. Op zijn 24e temde Yves tijgers en leeuwen in een natuurpark: “Ik zag ze liever vrij in de natuur, maar vond het geweldig om meer over ze te leren en zo dichtbij ze te mogen zijn.” Jaren later ontwikkelde de ‘Malouin’ een fascinatie voor slangen, doordat hij regelmatig met een natuurfotograaf op pad ging.

Vier dagen staan we stil in Saint-Malo, wegens een kleine storing aan de tuktuk en het piratenstadje begint me steeds beter te bevallen. We lopen over het strand in de zon met het fort altijd ergens in het gezichtsveld, eten zeevruchten en dwalen door pittoreske steegjes. Onderwijl ontmoeten we interessante ‘clochards modernes’, zoals vriend Cees - die de term bedacht en met zijn hond Barca langs de kust reed en me onderweg kwam opzoeken in Saint-Malo. Of zoals de man die elke dag tegen het middaguur met zijn ogen dicht op een bankje gitaar speelt.

Voor mij zijn het de mensen die de stad maken, die ervoor zorgen of je van een stad houdt of niet, vertel ik de tijgerman als hij vraagt om mijn ervaringen onderweg. Meestal zijn dat ‘echte’ mensen, die in een paar minuten zo’n indruk achterlaten dat je ze nooit vergeet.

Ik vertel hem van Veronique, die we een paar dagen daarvoor dankzij de Groenevakantiegids.nl ontmoetten. Ze is de eigenaresse van La Ferme d’escures (www.fermedescures.com), een 19e eeuwse boerderij met paarden, varkens, schapen en geiten, gelegen in het dorpje Saint-Jean-Le-Blanc, ten zuiden van Caen. Met haar gedrevenheid en warmte, maakt ze in de korte tijd dat we haar ontmoeten veel indruk. En daarom zou ik Saint-Jean-Le-Blanc ook niet vergeten. 

In tegenstelling tot Mont Saint Michel, dat we enkele dagen daarvoor bezochten. Dit schiereilandje, met een abdij die bij vloed op een magische manier uit het water herrijst, is prachtig. Maar een paar kilometer van het eilandje staat een straat vol betonnen hotels met grote uithangborden in contradictie tot dit enorme bouwwerk. Met een bus word je vervoerd naar ‘de attractie’ drie kilometer verderop. Barpersoneel is beleefd, maar niets meer dan dat en inwoners kom je überhaupt niet tegen. Alleen het waanzinnige uitzicht dat je hebt als je over het wad naar het indrukwekkende bouwwerk loopt, raakt je. Maar we hebben hier geen enkel vriendelijk persoonlijk contact.  

Doe mij dan maar Saint-Malo, waar de tijgertemmer me, als we na vier dagen panne met de tuktuk weer kunnen gaan rijden, hartelijk uitzwaait. “Ni Français, ni Breton, Malouin suis” (Ik ben geen Fransman, geen Breton, ik ben een Malouin), hoor ik hem nog zeggen tegen een verdwaalde toerist.

 

Groen?

Groene adresjes?

Een van de redenen dat ik op een driewieler met vijftig kilometer per uur Europa verken, is dat ik op zoek ben naar leuke groene adresjes. Hotels, restaurants, natuurparken, surfspots, fietsroutes en ga zo maar door. Dat blijkt dus nog helemaal niet zo gemakkelijk.

Vooral omdat ik rijd op een elektrische tuktuk die maximaal tachtig kilometer per dag aankan voordat ‘ie weer opgeladen moet worden. Dat maakt dat ik niet even kan omrijden omdat er twintig kilometer verderop zo’n uniek duurzaam hotelletje of fijnrestaurantje zit. Best raar dat je, juist als je met een redelijk duurzaam vervoermiddel op pad bent, concessies moet doen om groen te reizen.

Gelukkig helpt de groenevakantiegids.nl me een heel eind op weg met het vinden van duurzame accommodatie op mijn route. Zo bezocht ik in Loppem (vijf kilometer van Brugge) Het Hof van Steelant (www.hofvansteelant.centerall.com). In de kasteelhoeve werden we enthousiast ontvangen door Lucia en Fons.

Terwijl de kinderen Ki aaiden, liep ik achter Lucia aan de sfeervolle kamers in. Het echtpaar heeft de hoeve zoveel mogelijk ecologisch ingericht. Ze hebben zonnepanelen in de weide staan, gebruiken zoveel mogelijk regenwater, scheiden hun afval, werken met milieuvriendelijke schoonmaakproducten en serveren alleen biologisch eten. “Je kan je kinderen anders niet meer recht in de ogen kijken”, vindt Lucia.

Bijna wasik teleurgesteld dat ik niet een van de gezellige gastenkamers had gereserveerd, totdat ik mijn onderkomen zag: een authentieke pipowagen in stijl van Mamaloe met eigen tuin. Als er even later aangeklopt wordt, staan de kinderen met een bordje van bloemetjes, bramen en pruimen, voor de deur. En of ik vanavond mee wil barbecueën , vraagt hun moeder. Als je je hier niet thuis voelt...

Heel anders was het in Lecarpentier (www.chambres-paysannes.com) in Fontenay, zo’n 15 kilometer van Le Havre, waar we niet direct gecharmeerd zijn van de accommodatie. De gastvrouw is wel uiterst vriendelijk en serveert het lekkerste croissantje dat we tot dan toe hebben gegeten met een scala aan zelfgemaakte jammetjes. Maar of ze nou echt zo duurzaam bezig zijn? Ik vraag het me af.

Zo ontdek ik tijdens deze zoektocht dat sommige adresjes die te boek staan als ‘groen’ helemaal niet zo duurzaam zijn als het lijkt en andere adresjes zonder dat ze zich groen noemen, juist heel ver zijn. Doordat ze groente gebruiken uit eigen tuin, geen vis serveren die uitsterft, zuinig omgaan met energie, de was doen met biologische middelen en locals in dienst hebben. Gewoon omdat ze dat ‘normaal en eerlijk’ vinden.

 

Een ander uniek adresje uit de groenevakantiegids.nl is La Ferme d’escures (www.fermedescures.com), een 19e eeuwse boerderij met paarden, varkens, schapen en geiten, gelegen in het dorpje Saint-Jean-Le-Blanc, ten Zuiden van Caen. Veronique bestiert het ecologische landgoed met een gedrevenheid die aanstekelijk werkt. Terwijl ze les geeft over de genezende kracht van kruiden, begroet ze me hartelijk. “Loop lekker naar binnen en schenk jezelf wat appelsap in” zegt ze, terwijl ze me toelacht. Ik loop langs de paarden naar achter, waar de varkens luid knorren en kinderen zich vermaken tussen de appelbomen, in het doolhof of een van de tipi’s. Slapen kun je in een tentje op het land of in een gastenverblijf. Als je voor luxe komt, ben je hier aan het verkeerde adres, maar wat een perfecte plek om tot rust te komen midden in de natuur met verse producten van eigen land en alleen maar vriendelijke mensen. 

Verheug me nu al op ons volgende groene adresje! Heb jij tips voor hotelletjes, restaurants, parken e.d. die ik onderweg kan bezoeken? Mail naar: aranka@travel2share.com

 


TukTuk Tour

De tao van het reizen

Onderweg: dag 11-16 
Op de teller: 1100 kilometer
Waar: Saint Valerie sur Somme-Honfleur

Iedereen die wel eens langere tijd weg is geweest, weet het. Reizen is niet altijd alleen maar leuk, onderweg is het soms ook even slikken. Als je midden in de nacht geen hotel meer kunt vinden, de stuurdemper van je tuktuk lostrilt, het continu regent en de badkamer uit elkaar valt bijvoorbeeld. Paul Theroux wijdde er een boek aan: de tao van het reizen, ‘de weg’ tussen de goede en minder goede ervaringen die je onderweg hebt.

Maar de afgelopen dagen leek de balans tussen deze twee verstoord.

 

In Dieppe kwamen we veel te laat aan en werd het langzaam donker. Ik wilde eten, douchen, slapen en de tuktuk opladen. Het meisje van de plaatselijke VVV schoof me een boekje met adressen in de hand en wenste me veel succes. In de omgeving was – voor mijn budget - geen betaalbaar hotel of camping te vinden waar plaats was en na een zoektocht van twee uur beet mijn hond van pure honger (of was het wanhoop?) een voorbij paraderende dame in haar bil.

Op weg naar Fecamp de volgende dag tuktukten we langs romantische baaitjes en idyllische dorpjes, onderwijl verrast door prachtige rotsformaties. Totdat we stilstonden in het enige plaatsje waar geen terrasjes met houten stoelen en ambachtelijke winkeltjes te vinden waren. Maar wel een mevrouw die frieten serveerden die je uit kon wringen. Slechts 5 uur hadden we hier nodig om de tuktuk weer voldoende op te laden. In die tijd kun je 35 spelletjes petanq spelen.

In Fecamp verloren we een weekbudget in het casino en sliepen in een met rood verlichte hoerenkast met koude douche, die rook naar natte sokken.

Toegegeven: Etretat was (en is) prachtig. De rotsen waar je doorheen kan kijken, bekend van menig ansichtkaart, blijven je blik vangen. En het lopen op de golfbaan (hole nummero 10) precies gelegen met uitzicht over de baai moet fantastisch zijn. Vooral als het niet de hele dag bewolkt is.

 

Via Le Havrereden we over de pont de Normandie naar Honfleur. Meerdere keren werden we gewaarschuwd voor de stalen hangbrug van 2.143.21 meter, waar een tolweg overheen loopt, want: ‘levensgevaarlijk’ ‘veel te steil’ en ‘zonder uitwijkmogelijkheid’. Maar zonder problemen reden we naar de overzijde, Honfleur tegemoet.

In het mooie stadje schijnt de zon, lacht iedereen vriendelijk, slapen we in een perfecte gites voor weinig en begin ik de weg een beetje te vinden.

Volg mijn blog ook op www.reiskrant.nl

 


 

Pagina's