Blog

Passie in Poitou-Charentes

Onderweg: dag 31-38
Op de teller: 2415 kilometer
Waar: La Rochelle, Ile de Ré, Rochefort, Ile d’Oléron

“Goed kauwen en wachten, nu is ‘ie misschien zout en mineralig, maar straks krijg je nog een hele zoete, volle smaak terug.” Nick van Werkhoven staat tot zijn enkels in de ‘modder’, al mogen we het niet zo noemen, want dit is een hele specifieke kleigrond, ideaal voor het ‘affineren’ van de oesters. Nick woonde al een tijd met zijn Franse vrouw Cristelle in Bordeaux toen zij besloten het familiebedrijf Fontenay van haar vader over te nemen. Na het proeven van zijn heerlijke ‘Pousse en Claire’, de Grand Cru onder de oesters, laten ze ons het familie-erfgoed zien van haar vaders kant. Een prachtig monumentaal huis op een wijds landgoed, dat ooit behoorde tot een van de vijf invloedrijke landheren op het eiland Il d’Oléron en nu vooral wordt verhuurd.

Dagenlang staat het stel tegen de achtergrond van dit erfgoed keihard te werken. Nick: “Oesters leven, dus we zijn gewoon een boerderij en elke dag in touw.”  Maar met een lach op hun gezicht, want dit is het leven waar ze voor kozen: “We zijn totaal afhankelijk van de wind, de stroming, het eb en tij en de grond.”

In de middag staan we met Jean-Baptiste Bonnin op het strand van Ile d’Oleron. Hij is aangesloten bij de IODDE Association ((Oléron Island Environment and Sustainable Development Association) en vertelt toeristen over de manier waarop ze het beste kunnen vissen, zonder dat de hele zee leeggeroofd wordt.

 

“Twee keer per dag is het hier namelijk eb, waardoor er ineens vier kilometer extra land droog ligt. Een perfecte plek voor jaarlijks 200.000 mensen om schelpen, krabben en kokkels te zoeken.” Terwijl hij wat schelpen door zijn hand laat vallen, vertelt hij dat hij jarenlang in het buitenland woonde, maar terugkwam op Ile d’Oleron omdat hij de natuur en het vissen zo miste.

Een paar dagen daarvoor legde Mario Hamelin van Hotel Plaisir op Ile de Ré ons uit hoe hij met zijn hotel wil bewijzen dat een luxe hotel ook groen kan zijn. Zo verbruikt het 50 procent minder energie dan andere hotels in de omgeving. En zal zijn volgende hotel meer energie produceren dan verbruiken. “Ik wil iets goeds achterlaten als ik met pensioen ga.”

 

Het zijn alle drie bijzondere ontmoetingen tijdens mijn zoektocht naar een groenere manier van reizen. Maar wat maakt nu dat ik hen niet meer zal vergeten? Dat ik de dame die ons de overgang op de Troubadour brug in La Rochefort nog precies kan horen vertellen hoe uniek deze ‘veerbrug’ is en dat ik de eigenaar van de groene camping al lang vergeten ben?

Het is niet het ‘groen’ zijn, het is de passie voor hun werk en de liefde waarmee ze dat uitdragen. Het woord duurzaam of groen zullen ze nooit in hun mond nemen, want leven met respect voor de natuur is voor hen hartstikke natuurlijk.

TukTuk Blaye

Jerome, Auguste en Erick. Ik kende ze niet voor vanavond. En ineens waren ze daar, als een oase in de woestijn, de tiende symfonie, een wijnvlek op een schilderij.

Even daarvoor was ik eerlijk gezegd soms even klaar met alle Fransen. Chagrijnig, hautain, onaardig en stug. Tot vandaag.

Op de tuktuk van Mortagne su Gironde naar Blaye, dwars door het glooiende landschap met uitzicht op de groene wijnranken, passeerden we (uitgestorven) dorpje na dorpje. Op zoek naar de, door vriend Coen aangeraden chambres d’hotes, van Zuid-Afrikaan en wijnexpert Leslie. Met het azuurblauwe tuktukje over de landweggetjes, zagen we vandaag menig duim omhoog gaan.

En in een van de dorpjes werden we zowat van de weg geplukt. Wuivend gebaarde een man achter een marktkraam met wijnen ons zijn kant op te komen. Al dichterbij komend zien we een klein marktje met een gezellig groepje mensen drinken en etend aan lange tafels.

Of we er even bij komen zitten. Zeven cremant, twee calvados en drie rode wijn later, bevinden we ons in een wijnhuis en moeten we ons uiterste best doen om niet ontvoerd te worden op een boot richting een onbewoond eiland met nog een aantal flessen wijn aan boord.

Want: “Zo’n kans krijg je nooit meer, echt een unieke ervaring”, zegt een van de drie. Waar we vandaan komen? Ow, Coen van www.maisondumeunier.com, die kent hij wel, die heeft een zaal vol oude flipperkasten! En waar we heen gaan? Leslie? “Dat is de peetoom van mijn zoon, dus ik bel wel even dat jullie wat later zijn.” Afijn, zeven glazen wijn later...

 

TukTuk Tour

Wakker worden

Onderweg: dag 23-30 
Op de teller: 2000 kilometer 
Waar: Rennes- La Chapelle-de-Brain-Le Pouliguen-Pornic-Noirmoutier en Ile-Ile d’yeu-St.Hilaire-Tranche sur mer-La Rochelle 

Ik zit inmiddels een maand (en bijna tweeduizend kilometer) op een driewieler die met vijftig kilometer per uur door Europa rijd. Met als voornaamste reden dat ik wil onderzoeken hoe wij groener kunnen gaan reizen. Door hierover met mensen te praten en onderweg duurzame adresjes te vinden. Maar dat valt soms helemaal niet mee. De foie gras vliegt me om de oren, ik kom in hotels terecht waar ze het al heel groen vinden dat ze het beddengoed niet elke dag wassen en veel mensen interesseert duurzaam sowieso geen ene jota, maar mogen ze wel even in de tuktuk rijden?

En dan zijn er ook nog veel hotels die groen lijken, maar het niet zijn. ‘Green washing’ noemen ze dat, waarbij duurzaamheid wordt gebruikt als marketingmiddel. “De hotelindustrie loopt enorm achter, ik ken geen enkel groot hotel die hier oprecht mee bezig is”, zegt de eigenaresse van Le Coq-Gadby in Rennes, die haar prachtige familiehotel zoveel mogelijk ecologisch heeft ingericht. “Voor mij is het heel normaal dat ik zorg draag voor mijn hotel en de mensen die er werken en verblijven. Die zijn als familie voor me.”

Vanmorgen werd ik wakker met een mail van de Italiaanse schrijfster Kuki Gallman in mijn postvak. In de mail spreekt ze haar support uit voor de TukTukTour. Gallmann schreef het boek “Ik droomde van Afrika” waarin ze hartverscheurend het overlijden van haar man Paulo en zoon Emmanuel beschrijft. Ondanks dit grote verdriet, is zij met haar dochter Sveva altijd blijven vechten voor de natuur van het land dat ze zo lief heeft. Prins Bernard ondersteunde haar Gallmann Memorial Foundation, waar zij zich nog steeds dag en nacht voor inzet. Ik heb grote bewondering voor haar.

Net als voor Jane Goodall die ik een aantal maanden geleden mocht ontmoeten. Op haar tachtigste reist zij nog steeds meer dan 300 dagen per jaar om te strijden voor de chimpansee en zijn leefomgeving.

Hoe kan het dat het voor deze vrouwen normaal is dat ze zich tot hun dood met hart en ziel geven voor de natuur en dat de reisindustrie blijft toekijken? Hoe kan het dat er bussen met toeristen op het eiland Ile d’yeu rijden en ik er met mijn elektrische tuktuk niet op kom? Hoe kan het dat er langs delen van de prachtige westkust van Frankrijk alleen maar betonblokken staan? Wanneer gaat de reisindustrie wakker worden?

Pagina's